Open brief | Psychiatrische patiënt in Ukkel doodgeschoten: hoe racisme en validisme samenkomen
Foto: Brenda Odimba
Op 21 maart 2023, nota bene de internationale dag tegen racisme en discriminatie, schoot de politie van Ukkel een zwarte patiënt dood in de psychiatrische kliniek Fond'Roy. In onderstaande tekst stellen wij het optreden van de politieagenten in de psychiatrische kliniek en de fatale afloop aan de kaak.
Door Brenda Odimba en andere ondertekenaars
Indien deze patiënt, die enkel gewapend was met een nagelvijl, wit was geweest, zou hij dan op dezelfde manier zijn doodgeschoten? Aan de hand van het concept intersectionaliteit en validisme (discriminatie, marginalisering en stigmatisering van mensen met een mentale en/of fysieke beperking) analyseren we dit dramatisch voorval.
Immers, het doden van mensen van Afrikaanse origine door de politie kan en mag niet langer worden genegeerd. Ongeacht waar of onder welke omstandigheden de moord plaatsvindt. Of het nu in een psychiatrische kliniek of in een opvangcentrum voor mensen op de vlucht is, politiegeweld is ontoelaatbaar.
De feiten op een rijtje
Op dinsdag 21 maart had het personeel van de kliniek Fond’Roy problemen met een onrustige patiënt, waarop de verzorgers besloten de politie in te schakelen. De interventie van de politie verliep dramatisch: na het legen van een vol magazijn aan rubberkogels, schoot een politieman uiteindelijk tweemaal met scherp op de patiënt.
In de media beweerde het parket meermaals dat de patiënt een ‘steekwapen’ bij zich had. Dit bleek na nader onderzoek van Het Nieuwsblad echter om een nagelvijl te gaan
Hij werd in de arm en in de buik geraakt en overgebracht naar het ziekenhuis, waar hij snel aan zijn verwondingen bezweek. In de media beweerde het parket meermaals dat de patiënt een ‘steekwapen’ bij zich had. Dit bleek na nader onderzoek van Het Nieuwsblad echter om een nagelvijl te gaan.
Komt een nagelvijl overeen met wat artikel 2 van de wet van 8 juni 2006 definieert als een ‘wapen met bladen’: een dichtklapbaar mes waarvan het lemmet meer dan één snijkant heeft? De krant Bruxelles Dévie stelt in haar artikel dat het relaas van de politie, het parket en de media rond de dood van deze patiënt heel ver ging om hem te beschrijven als een ‘gevaarlijke gek’.
Racisme en validisme: een rampzalig voorbeeld van intersectionaliteit
Het begrip intersectionaliteit werd in de jaren tachtig geformuleerd door de Afro-Amerikaanse advocate Kimberlé Crenshaw. Het is de erkenning dat systemen van discriminatie op elkaar inwerken, en dat de kruising van verschillende identiteiten – zoals geslacht, klasse of ras – een aparte vorm van discriminatie oplevert. In 1976 spanden vijf zwarte vrouwen – verdedigd door Crenshaw – een rechtszaak aan tegen General Motors wegens discriminatie bij hun aanwerving. De vijf vrouwen hadden verschillende profielen: schilders assistent, arbeider, kantoorbediende, operator en inspecteur. De vijf vrouwen beschuldigden General Motors ervan een discriminerend beleid tegen hen te voeren, waarbij hun de toegang werd ontzegd tot bepaalde functies die enkel door zwarte mannen (arbeiders) of witte vrouwen (secretaressen) konden worden bekleed.
Wanneer je je op op de intersectie van validisme en racisme bevindt, ben je extra kwetsbaar
In de context van deze klacht was het niet voldoende om het vakje ‘racisme’ of ‘seksisme’ af te vinken om de discriminatie die de zwarte vrouwen ervoeren te verklaren. Het is noodzakelijk om beide vakjes aan te kruisen om de afzonderlijke discriminatie die deze zwarte vrouwen meemaakten te verklaren. Het was aan de hand van dit zeer concrete voorbeeld dat Crenshaw het begrip intersectionaliteit formuleerde, dat momenteel veelvuldig (en vaak verkeerd) gebruikt wordt door onder meer Belgische politici.
Estelle Depris, expert antiracisme en intersectionaliteit en oprichter van het Instagram-account @SansBlancDeRien met meer dan 86.000 volgers, verwoordt het als volgt: “Wanneer je je op op de intersectie van validisme en racisme bevindt, ben je extra kwetsbaar.”
Enerzijds worden zwarte mannen als gevaarlijk gezien, vanwege stereotypen die in de Belgische samenleving zijn ingebed (mede door koloniale propaganda). Anderzijds worden personen met een psychische problematiek al vlug als een bedreiging gezien. Dit levert dus een dubbele discriminatie op.
Een klein berichtje over ‘een gek’ in Le Soir
Dit nieuwe geval van politiegeweld met de dood van een zwarte man tot gevolg, wordt door een groep professionals uit de geestelijke gezondheidszorg in een opiniestuk in Le Soir omschreven als een eenvoudig fait divers over een ‘gek’.
Zwarte mensen, vooral zwarte mannen, worden vaak als gevaarlijk beschouwd en zijn daarom het doelwit van buitensporig gebruik van geweld en politiegeweld
Wij betreuren het gebruik van het woord ‘gek’ in dat opiniestuk, een uiterst pejoratieve uitdrukking voor mensen met psychische problemen. Hoewel het opiniestuk de beslissing bekritiseert om de politie in te schakelen voor een onrustige patiënt in een psychiatrisch centrum, wordt het onderwerp racisme op een onhandige manier aangesneden. Bovendien versterkt de tekst bepaalde stereotypen die net gedeconstrueerd zouden moeten worden.
Big Black Man Syndrome
De tekst verwijst naar het “Big Black Man Syndrome” en impliceert dus dat racistische stereotypen wel degelijk een rol hebben gespeeld bij deze moord. In België is racistisch politiegeweld een goed gedocumenteerd probleem. Zwarte mensen, vooral zwarte mannen, worden vaak als gevaarlijk beschouwd en zijn daarom het doelwit van buitensporig gebruik van geweld en politiegeweld, enkel en alleen vanwege hun fysieke verschijning.
Dit verschijnsel staat bekend als het Big Black Man Syndrome. Gevallen van racistisch politiegeweld in België, zoals de zaak Lamine Bangoura in 2018 en de zaak Adil in 2020, tonen duidelijk aan dat racistische vooroordelen bij de Belgische politie blijven bestaan.
Er moet actie ondernomen worden om raciale stereotypen en institutionele discriminatie te bestrijden. Dit kan gebeuren door concrete stappen van de Belgische autoriteiten zoals het verbeteren van de antiracisme-opleiding voor politieagenten, gevallen van politiegeweld te onderzoeken en ervoor te zorgen dat de verantwoordelijken worden vervolgd. [Meer beleidsaanbevelingen om racistisch politiegeweld tegen te gaan, zijn hier te vinden, red.]
De stilte doorbreken
De onzichtbaarheid van politiegeweld tegen Afrikaanse origine is een zorgwekkende realiteit in België. Instanties die gevallen van politiegeweld moeten onderzoeken, zijn vaak niet onafhankelijk, waardoor de verantwoordelijken ongestraft blijven. Bovendien minimaliseren of negeren de Belgische media dit geweld tegen mensen van Afrikaanse origine en mensen met een migratieachtergrond. Deze onzichtbaarheid werkt een cultuur van straffeloosheid en discriminatie in de hand.
Het is daarom essentieel dat verhalen – zoals dit trieste voorbeeld uit Ukkel – onder de aandacht worden gebracht, en de feiten onderzocht worden, zodat de families van de slachtoffers recht wordt aangedaan.
Conclusie: steun en verbondenheid is nodig
We moeten allemaal samenwerken om een einde te maken aan het politiegeweld in België waarvan mensen van Afrikaanse origine en mensen met een migratieachtergrond het slachtoffer zijn. Het is onze plicht als burger om ons te informeren, aangifte te doen van politiegeweld, in actie te komen tegen institutioneel racisme en de slachtoffers te steunen.
Via deze weg willen we hulde brengen aan deze anonieme patiënt, aan zijn familie en zijn nabestaanden en aan alle slachtoffers van politiegeweld en hun familieleden.
Deze bijdrage werd ook ondertekend door:
Binabi, Afrikaanse culturele kring van de Vrije Universiteit Brussel
Change vzw, vereniging van Afropean jongeren
Racism Search, vereniging voor de strijd tegen racisme
Mwasi asbl, vereniging voor vrouwenrechten
en:
Rokia Bamba, kunstenaar
Gia Abrassart, dekoloniale journalist
Georgine Dibua, coördinator van Bakushinta vzw
Cynthia Bolingo, professionele atleet
Anne Zagré, professionele atleet
Awa Sene, Franse professionele atleet
Hanne Claes, professionele atleet
Maïté Meeûs, feministische activiste
Bineta Saware oftewel DJ VoodooMama
Jean Illi, doctoraatsstudent en lid van de onderzoeksgroep HERICOL (Koloniaal Erfgoed)
Soumaya Phéline Abouda, DJ-activist, lid van het collectief #JusticePourSourour
Serge Bagamboula, activist voor de rechten van mensen zonder papieren
Laurie Wattecamps, student milieumanagement
Serge Okende, secretaris en mede-oprichter van de Cercle des Entrepreneurs Congolais
Jade Mai Cock, PhD-student kunstmatige intelligentie in het onderwijs
Océane Toukam, jurist en antiracistische activist
Dido Lakama, sociaal-culturele acteur
Priscilla Adade, actrice, producer
Francisco Luzemo, regisseur, acteur en activist
Divine Nganga, lid van het collectief Newsisterhood
Kavena Gamos, slampoëet en rapper
Gloria Soton, dekoloniale milieuactiviste
Sarah Nganga Mamona, pan-Afrikaans activiste
Camellia Lamkaraf, masterstudent rechten
Christian Tshibangu, masterstudent rechten
Ange Dialot Nawasadio, kunstenaar
Hajar Bichri, student ergotherapie
Prins Lokonga
Colombe Nicolaas, kunstenaar
Mehdi Datoussaid, fysiotherapeut
Joëlle Nganga, studente psychologie
Alpha Diallo, dekoloniale activist
Maeva Rene, verantwoordelijke beleidsbeïnvloeding
Cyril Martin, student klinische psychologie
Kenny Agboton, vakman van het leven
Manar Ben Azoune, masterstudent psychologie
Iman EH, student en dekoloniale en feministische activist